Ontwikkeling van kinderen

Sociaal- en emotionele ontwikkeling

Alle mensen hebben emoties en emoties hebben met gevoel te maken. Deze gevoelens en emoties dienen gerespecteerd te worden. Er zijn verschillende basisemoties, ook wel de vier B’s: bang, boos, bedroefd en blij. Daarnaast zijn er nog veel meer ander emoties waar we als mensen, maar ook kinderen regelmatig mee te maken hebben.

Baby’s missen een groot aantal mogelijkheden om gevoelens kenbaar te maken, ze kunnen nog niet praten. Zij zullen hun emoties laten blijken door te lachen of te huilen. Het is belangrijk om na te gaan wat de baby met het huilen wil aangeven.

Naarmate het kind ouder wordt leert het meer met gevoelens te leven. Ze kunnen de gevoelens laten blijken door handelingen, door houdingen en door mimiek (gelaatsuitdrukking). Emoties moeten serieus genomen worden, door dat wat je ziet onder woorden te brengen en vragen of je het goed hebt begrepen.

Op deze manier voelen kinderen zich ontvangen in hun gevoel en leren de kinderen door het benoemen van gevoelens meer vat op hun eigen emoties te krijgen. Emoties mogen er zijn. Kinderen hebben altijd een reden. Er wordt geprobeerd om de emotionele gevoelens van de kinderen zoveel mogelijk met woorden te begeleiden, zodat warrige gevoelens een naam krijgen en de kinderen leren met de emoties om te gaan en uiteindelijk elkaar ook kunnen begrijpen.

Respect

Wij benaderen kinderen met respect en respecteren hen als jonge mensen met hun verschillende emoties en hun verstandelijke en lichamelijke mogelijkheden. Groepsleidsters geven de kinderen een goed voorbeeld door de kinderen en elkaar te respecteren zoals ze zijn en begrip te tonen. We hebben ook een voorbeeld in het omgaan met materialen en middelen. De kinderen zien dat wij zorg dragen voor de middelen en de materialen en dat we met respect omgaan met materialen van een ander. Dit stimuleert en geeft het voorbeeld naar hoe kinderen hier ook mee behoren om te gaan.

Ieder mens heeft een unieke persoonlijkheid. Een kind wordt zich geleidelijk aan bewust van zijn persoonlijkheid en is afhankelijk van hoe er in de zijn omgeving op hem gereageerd wordt. Door het kind positief te benaderen bevordert de leidster het zelfvertrouwen van het kind.

Er wordt aandacht besteed aan de persoonlijke verhalen en het kind wordt gestimuleerd zich te uiten en eigen keuzes te maken. Het kind wordt persoonlijk gewaardeerd in bijv. activiteiten, spontaniteit en (positief) gedrag. De leidster stimuleert het identiteitsbesef ook door regelmatig zijn naam te noemen of door het geven van een eigen plekje en/of spullen.

Cognitieve ontwikkeling

Het begrijpen, spreken en denken heeft te maken met de cognitieve ontwikkeling. Door informatie uit de omgeving te ordenen, te onthouden, toe te passen en te combineren met nieuwe situaties leren kinderen inzicht te krijgen en begrip te hebben. Ieder kind ontwikkelt in zijn eigen tempo zijn verstandelijk vermogen. Het is de manier waarop ze de wereld om zich heen leren kennen. Het leggen van verbanden, leren voorwerpen en eigenschappen herkennen en te onderscheiden. Iedere leeftijdsgroep beleeft dit op zijn eigen manier.

Een baby leert zijn omgeving vooral kennen door waarnemen. Door het zien, horen, proeven, ruiken en voelen is een kind in staat om zijn omgeving te leren begrijpen. De groepsleidsters zullen een baby stimuleren met zintuiggerichte activiteiten. Er zullen spelmaterialen aangeboden worden die hun zintuigen prikkelen.

De peuter zal zijn omgeving leren kennen door op ontdekkingsreis te gaan in zijn omgeving. Grenzen zullen worden verkend, hoe ver kan ik lopen, wat mag ik wel, wat mag ik niet, wat is dit en wat is dat. De groepsleidsters zullen de kinderen stimuleren om te ontdekken binnen het mogelijke en zullen de kinderen uitdagen tot het verleggen van de grenzen. De peuter zal ontdekken in een vertrouwde omgeving, hierdoor zal het zelfvertrouwen van het kind groeien. Vertrouwen is een belangrijk fundament om het gevoel te ontwikkelen van tevredenheid. Als het kind tevreden is, zal het zich gelukkig voelen.

De bso-er blijft zich ontwikkelen naar volwassenheid toe. Op school leren ze al veel. Wij willen dat de bso-er zich na school kan ontspannen en spelenderwijs ontwikkelt op sociaal gebied en cognitief gebied. Er worden zoveel mogelijk activiteiten aangeboden om zelfstandigheid te laten ontwikkelen. Te denken valt aan bijv. koekjes bakken, diverse bewegings- en spelvormen, ontwikkelen van samenspel, etc.

Wij vinden het belangrijk dat kinderen zich steeds kunnen blijven ontwikkelen. Er is genoeg materiaal aanwezig, maar wij zullen ook open staan voor nieuw ontwikkelingsmateriaal. Er wordt met kindvriendelijk materiaal gewerkt, dat bij hun leeftijd past. Ook stimuleren wij de ontwikkeling van tijdsbegrip, volgorde, het doen van opgegeven opdrachten, het zien van goed en kwaad, het leren gehoorzamen en de fantasie. Dit vinden wij een belangrijk middel om alle ervaringen te verwerken en te ontplooien.

Taal

Om inzicht te krijgen in de wereld om je heen en om te communiceren is taal nodig. Een kind vraagt en krijgt in taal uitleg en begrip. De leidster speelt hierin een actieve rol door veel met het kind te praten. Herhaling is hierbij belangrijk.

Zoveel mogelijk wordt er op elke taaluitdrukking van het kind gereageerd; van de eerste klanken die een baby maakt tot de vragen en antwoorden van de peuter. Er wordt door de leiding verschillende taalactiviteiten georganiseerd zoals zang, taalspelletjes en spelletjes met klanken en geluiden. Met het verwoorden van alle begrippen en uitdrukkingen wordt de woordenschat vergroot. Dit is ontzettend belangrijk voor de ontwikkeling van lezen en het praten, maar ook de andere vakgebieden in het onderwijs.

Bij het vragen stellen aan peuters staan we er bewust bij stil dat we zoveel mogelijk een open vraag of een keuze vraag stellen zodat het kind wel een woord moet noemen i.p.v. alleen maar ja of nee. Bijv.: wil je appel of banaan?

Denken

Kinderen leren door voorbeeld en nabootsing. Door de alledaagse dingen en gebeurtenissen te bespreken ontstaat ordening in de wereld van een kind. De leidster legt daarbij uit, benoemt de dingen en nodigt uit om zelf te verwoorden. De leidster doet een beroep op het vermogen van kinderen om zo zelf oplossingen te laten zoeken voor problemen.

Creativiteit

Wij vinden het belangrijk om creativiteit te ontwikkelen. Wij vinden dat dit de fantasie van het kind stimuleert en dus ook het denken. Daarnaast is het ook goed voor de motorische ontwikkeling. Creativiteit vergroot het probleemoplossend vermogen van het kind. Dit hebben kinderen nodig om later in de ingewikkelde en complexe maatschappij problemen te kunnen oplossen en opgewassen te zijn tegen moeilijkheden die op hun pad komen.

Creativiteit wordt gestimuleerd door creatieve materialen en creatief spel. Het is belangrijk dat kinderen hierbij gewaardeerd worden en zoveel mogelijk ruimte krijgen voor eigen inbreng. Voor jonge kinderen is het omgaan met materialen al een onderzoek op zich.

Creativiteit kun je bij ons terugvinden in verschillende vormen: tekenen, puzzelen, knippen, plakken, kleien, (vinger) verven. Ze leren spelenderwijs vormen, kleuren en maten onderscheiden. Het gaat vooral om het proces van beleving en niet zo zeer om het product.

Muziek, bewegen, voorlezen, creatief- en vrij spel spelen een belangrijke rol binnen onze opvang.  Wij vinden dat buitenspelen gezond is, maar ook goed is om de sociaal-emotionele, motorische en zintuigelijke ontwikkeling te bevorderen. Samen buiten spelen stimuleert de sociale ontwikkeling, maar het vallen en opstaan stimuleert de motorische ontwikkeling. Net zoals het rennen en risico’s nemen. De zintuigen worden op allerlei manieren geprikkeld.

Muzikale spelvormen

We willen graag veel muziek aanbieden in verschillende vormen. Muziek draagt niet alleen bij aan de culturele ontwikkeling, maar heeft ook een grote invloed op de ontwikkeling van vaardigheden op cognitief, sociaal en persoonlijk terrein. Een structurele en actieve beoefening van muziek heeft een duidelijk positief effect op kinderen en hun leerprestaties verbeteren. De kinderen kunnen nu diverse instrumenten vrij pakken om muziek op geheel eigen wijze te ontdekken of met elkaar op het keyboard te spelen.

Zindelijkheidstraining

Wij besteden vanzelfsprekend aandacht aan het zindelijk worden van een kind.  Deze zindelijkheidstraining is pas zinvol als het kind kan begrijpen wat er zich allemaal in het lichaam afspeelt. Meestal begint dit rond het tweede levensjaar. Dit is vaak het moment dat de dreumes merkt dat hij plast en poept. Het wordt een activiteit die hem inspanning gaat kosten. We vragen niet veel van de kinderen, we zijn van mening dat het zindelijk worden ontspannen en speels hoort te verlopen. Kinderen worden niet gedwongen om op de wc te gaan zitten, ze gaan pas als ze er zelf om vragen. We houden tevens rekening met het tempo van ontwikkelen bij het kind. We zullen de zindelijkheidstraining alleen starten in overleg met de ouders. Natuurlijk is het hierin belangrijk dat er een goede afstemming is met thuis. We wisselen gegevens uit zodat er zowel thuis als op Wollewaps op een soort gelijke manier mee wordt omgegaan. Dit biedt houvast en zekerheid voor het kind.

Extra zorg en ondersteuning

De ontwikkeling van een kind gaat niet altijd vanzelf. Soms zijn er vragen, twijfels of onzekerheden over de opvoeding of de ontwikkeling van een kind. De kinderopvang vervult hierbij een signalerende en/of ondersteunende rol.

Signaleren wil zeggen dat de pedagogisch medewerkers tekenen of signalen opmerken, die mogelijk te maken hebben met afwijkend gedrag of met een afwijking van de normale ontwikkeling. Door hun opleiding en ervaring in het werken met kinderen in een bepaalde leeftijdsgroep, zijn pedagogisch medewerkers in staat kinderen op te merken die zich anders gedragen of ontwikkelingen dan hun leeftijdsgenootjes.

Signalering behoort tot het werkterrein van de kinderopvang, echter het stellen van een diagnose overschrijdt deze grens. Wanneer een pedagogisch medewerker een probleem of ontwikkelingsachterstand signaleert, is het van groot belang dat de pedagogisch medewerker hierop professioneel en kundig reageert. De pedagogisch medewerkers geven hun zorg door aan de directie. Deze zorg wordt op de medewerkersvergadering besproken en beschreven bij het betreffende kind in de groepsmap. Vervolgens wordt door de directie stappen ondernomen.

Wij werken met het protocol Meldcode. Hierin staat beschreven hoe er met al deze verschillende zaken wordt omgegaan. Zoals bijvoorbeeld het bespreken van het probleem met de ouders, het bieden van extra zorg en het eventueel doorverwijzen naar de huisarts of een specialist. Er dient niet alleen op juiste wijze te worden gereageerd op kind problematiek. Ook wanneer er sprake is van gezins- of systeemproblematiek reageert de pedagogisch medewerker hierop professioneel en kundig.

De richtlijnen worden omschreven in het protocol. Dit kan zijn dat de directie contact opneemt met de maatschappelijk verpleegkundige van de gemeente of met andere betrokken instanties. Dit gebeurt zoveel mogelijk in overleg met de ouders/verzorgers.

Kind volgsysteem en overdracht naar de basisschool

We noteren onze observaties regelmatig schriftelijk in de map met kindgegevens.  We houden de ontwikkeling van het kind scherp in de gaten, zodat we vroegtijdig bijzonder gedrag in de ontwikkeling op kunnen sporen.  We gebruiken hiervoor een digitaal programma (Pravoo). Op deze manier kunnen we de ontwikkeling volgen van baby tot en met bso leeftijd.

Bij bijzonder gedrag zullen er meerdere gesprekken plaatsvinden en zullen we samen tot een stappenplan komen om de betreffende afwijking te behandelen.

De ontwikkeling wordt vastgelegd in het door Piramide ontwikkelde kind volgsysteem. Wanneer een kind, die bij ons het peuterprogramma heeft gevolgd, 4 jaar wordt en de overstap maakt naar de basisschool, dan verzorgen wij een overdracht naar de basisschool over de ontwikkeling van het kind. Dit wordt gedaan door middel van het door de Gemeente Heerenveen vastgestelde overdrachtsformulier. Bij kinderen met een VVE-indicatie zal hier een warme overdracht aan toegevoegd worden door de overdracht tussen de leidster van het peuterprogramma en de school, met toestemming van de ouders.